Contest

[STEFANIE] Een briljant idee

We hangen naast elkaar op de bank. We zeggen niks en staren alledrie naar het schermpje voor onze neus. Dit gaat toch nergens over? Ineens vind ik mijn handige iPhone een stom ding. Buiten schijnt de zon en het is niet meer zo heel erg warm. We moeten iets leuks gaan doen, vind ik. En wat we nu doen, dat is dus niet leuk, vind ik. Ineens heb ik een idee! We gaan fietsen!

Naar Delft, dat is volgens mij niet zo heel erg ver. Briljant plan, al zeg ik het zelf! De meiden kijken me glazig aan, als ik ze mijn plan vertel. “Volgens deze app is het maar 42 minuten.” Prima te doen, vind ik. Ik beloof de dames een ijsje als we op de plaats van bestemming zijn en met frisse tegenzin worden de fietsen uit de schuur gehaald. Daar gaan we! Lekker op de fiets!

Al snel blijkt dat ik de route toch niet zo heel goed bestudeerd heb. Nog voor we Rotterdam uit zijn, zijn we al 2 keer verkeerd gereden. Ik blijf positief, al baal ik er zelf natuurlijk stiekem ook van. “Komt goed jongens!” Eenmaal op de goede weg, roep ik steeds hoe mooi de omgeving is. Ze kunnen het nog niet erg waarderen. Het zonnetje schijnt lekker, maar het waait ook flink. Er wordt geklaagd, maar wederom houd ik de stemming erin. Kind 1 vindt dat we te langzaam gaan en kind 2 vindt dat kind 1 te snel gaat. Er worden lelijke dingen geroepen. We fietsen ‘vrolijk’ door.

En dan is daar eindelijk het bordje ‘Delft’. De teleurstelling is groot, als bij hen duidelijk wordt dat dit niet mijn bedachte eindbestemming is. We zijn er nu echt bijna hoor, roep ik ze nog enthousiast toe. Ze mopperen terwijl ze doortrappen. In de verte zien we het centrum van Delft! Hoera! We parkeren de fietsen. Ze zijn moe, ze hebben honger en dorst en ze verwachten dat ik daar snel iets aan doe. “Kom, dan gaan we gauw kijken wat je hier voor leuks hebt”, zeg ik snel. Ik marcheer door de straatjes en zij sjokken achter me aan. “Kijk nou, hoe leuk die grachtjes”, kir ik naar achteren. Er wordt iets onverstaanbaars gemompeld. Ik vraag maar niet wat er gezegd wordt.

Op de Markt in Delft heb ik alweer een goed idee. “Laten we die kerktoren beklimmen, dat is leuk!” Ze kijken me vol ontzetting aan. We hebben net bijna anderhalf uur gefietst en nu wil jij die toren beklimmen? Ben je wel helemaal goed bij je hoofd? zie ik ze denken. Ik weet ze toch te overtuigen en ze lopen achter me aan. We gaan de kerk binnen en ik koop kaartjes. Kind 2 vraagt of er echt geen lift is. Kind 1 vindt die opmerking belachelijk. Er worden weer lelijke dingen gezegd. Zuchtend en steunden komen we boven. Mijn tong hangt op mijn knieën. 22 verdiepingen zegt mijn iPhone. Kind 2 zegt nogmaals dat het belachelijk is dat er geen lift is. Kind 1 zucht en draait met haar ogen. Het uitzicht is mooi.

“Kijk daar, de Ikea, kunnen we op de terugweg mooi een hotdog halen!” Ik doe net of ik het niet hoor.

We kijken nog even rond en strompelen dan maar weer naar beneden. Daar krijgen ze ein-de-lijk het ijsje waar ze het voor deden. Al etend lopen we rustig terug naar de fietsen. Ik pak mijn fietssleutel en zucht. Nu moeten we dus ook nog dat rot eind terug fietsen. Ik ook altijd met mijn goede ideeën. Ik zeg wijselijk niks en stap vol goede moed weer op mijn fiets. Als we thuis zijn, stuur ik mijn moeder een appje en vertel haar trots wat we vandaag gedaan hebben. “Wat leuk”, zegt ze “en Delft dat is ook helemaal niet zo ver weg!”

Ik val stil en kijk op dezelfde manier naar mijn telefoon, als mijn kinderen naar mij keken toen ik mijn briljante idee voorstelde. Moeders snappen er dus echt precies niks van.

– Alle 5 de genomineerde gastblogs vind je hier. –

Jaaa, nog meer leuke blogs!

Laat je van je horen?

Leave a Reply

Lees vorig bericht:
[MARIANNE] Enig kind zijn… 

Wanneer ik nieuwe mensen ontmoet en ze horen dat ik geen broers of zussen heb, krijg ik vaak een blik...

Sluiten